Architect Rem Koolhaas staat al geruime tijd regelmatig in de belangstelling. Er is vrijwel geen discussie of polemiek over de hedendaagse architectuur waar Koolhaas niet in voorkomt. De Nederlander is dan ook zonder twijfel ’s werelds meest bekende, nog levende, architect. Door zijn projecten, zijn geschriften en de door hem geleide onderzoeksprojecten op de prestigieuze Harvard universiteit heeft Koolhaas inmiddels een goede en stevige positie opgebouwd in de architectuurwereld. Tot voor kort was er weinig negatieve kritiek op zijn werk. Zijn recente werk voor het Italiaanse modehuis Prada heeft hem zowel een grotere bekendheid buiten de architectuurwereld als een grotere hoeveelheid kritiek op zijn werk(wijze) binnen de architectuurwereld opgeleverd. Het belangrijkste onderwerp in de toegenomen kritiek is het door Koolhaas’ in december 2001 opgeleverde Prada epicenter in New York. Dit epicenter is de eerste in een reeks van 4 nieuw te bouwen hoofdwinkels (epicenters) die Prada in de komende 2 jaar zal openen. Drie van de vier winkels worden in de Verenigde Staten gebouwd (Los Angeles, New York en San Francisco) en voor alledrie is het architectonische ontwerp gemaakt door Rem Koolhaas’ Office for Metropolitan Architecture (OMA). De epicenters moeten naast het verkopen van de nieuwste en duurste Pradakleding, een belangrijke rol gaan spelen in de beeldvorming van het merk Prada, aldus Miuccia Prada in een interview met NRC Handelsblad. De ontwerpen zijn een direct gevolg van het feit dat Miuccia Prada Koolhaas in 1999 vroeg mee te denken over de toekomst van het merk Prada. Miucca’s redenen om voor Koolhaas te kiezen, zijn dezelfde als die uitgever Conde Nast (uitgever van bladen als Wired, Vogue en Vanity Fair) had om Koolhaas vorig jaar juli te vragen toe te treden tot hun redactionele adviesraad. Niet typisch het werkterrein van een architect, maar Koolhaas zou precies weten wat er in de hedendaagse globaliserende samenleving gebeurt en daarnaast goed in staat zijn verschillende media en ideeën bijeen te brengen. Het is inderdaad een gave die Koolhaas als geen ander lijkt te bezitten. Zo was het waarschijnlijk zonder Koolhaas niet gelukt de Guggenheim stichting te overtuigen een deel van hun museum in de New Yorkse wijk Soho af te staan aan een modewinkel. Koolhaas, die adviseur is van de stichting en een museum voor hen gebouwd heeft in Las Vegas, verzon echter een formule die voor beide entiteiten voordeel moet opleveren. Hij koppelde winkel en museum direct aan elkaar en verzon voor de Pradastore een concept dat de integratie van het commerciële met het culturele mogelijk moet maken.
Prada’s nieuwe New York epicenter ligt in een pand op de kop van een bouwblok en heeft gevels aan Mercer street, Prince street en Broadway. De winkel beschikt over een begane grond en een kelder die doorloopt in het aangrenzende pand. De langsgevel is gebruikt als etalage en is binnen zichtbaar als een translucente wand. Deze wand en die van het aangrenzende pand creëren een langgerekte ruimte waarin de winkelstroom wordt vormgegeven in een begane grondvloer die vanaf Mercer street golvend naar het kelderniveau zakt en vervolgens via een brede trap weer terugklimt naar het niveau van Broadway. Deze golf is de belangrijkste ruimtelijke ingreep en een belangrijk onderdeel van het concept. Haar functie is drieledig. Allereerst verbindt ze op een natuurlijke en vloeiende wijze de twee niveaus van de winkel. Daarnaast is de trapzijde bruikbaar als uitstalruimte en pasplaats voor Prada’s schoenencollectie. In de laatste plaats bewerkstelligt de golf de transformatie van commerciële ruimte in culturele ruimte, waarbij de gladde zijde van de golf omklapt en verandert in een podium en de trap dienst doet als publieke tribune en er zodoende een ruimte ontstaat die plaats kan bieden aan tal van activiteiten anders dan puur commerciële. De ruimte wordt verder nog vergroot doordat op de begane grond de aan plafondrails hangende kooien en in de kelder de op vloerrails staande omgebouwde archiefkasten bij activiteiten in elkaar schuiven. Normaal dienen ze voor het uitstallen van de kleding, evenals de glazen cilinderlift, die ook zorgt voor een tweede verbinding met de kelder waar zich ook de paskamers bevinden. Deze zijn interessant, niet zozeer vanwege hun ruimtelijke kwaliteiten, maar vanwege de hoeveelheid electronische gadgets. Zo veranderen bijvoorbeeld de glazen cellen met een druk op de knop van transparant in translucent en kan de klant zichzelf niet alleen van voren in een spiegel bekijken, maar maken camera’s en LCD schermen het mogelijk dat hij/zij zich van achteren kan bekijken zonder daarbij de nek te pijnigen. In de paskamer kan de klant daarnaast de meegenomen artikelen scannen en op het display zien in welke kleuren ze verkrijgbaar zijn, hoeveel exemplaren er zijn en waar die zijn verkocht. Ook kan hij zien hoe een maat groter of kleiner er uitziet en of dit voorradig is. Het personeel kan via een draagbare interface alle mogelijke informatie opvragen over de kledingstukken en desgewenst een scala aan modebeelden op de schermen toveren die de klant moeten overtuigen.
Over het prijskaartje dat aan deze techniek en de overige inrichting van de winkel hangt, wordt veel gespeculeerd. De schattingen schommelen tussen de 30 en 60 miljoen dollar, waarbij het getal 40 miljoen het meest wordt genoemd. Dit is een prijs van ongeveer 20.000 euro per vierkante meter. Ruim 10 keer zo hoog als de bouwkosten voor een A locatie in Nederland. Die hoge kosten zijn waarschijnlijk wél inclusief de meeste ontwerpuren per vierkante meter winkelruimte ooit. Naast het ruimtelijke ontwerp van OMA en de uitwerking hiervan door het New Yorkse ARO (Architecture Research Office) is er veel tijd en geld gestopt in het ontwikkelen van de bovengenoemde digitale aspecten. Hiervoor werkte AMO, het uit OMA voortgekomen onderzoeksbureau van Koolhaas samen met het Londense Ideo en het Deense Kram Design, twee specialisten in respectievelijk interactive en industrial design. De producten die uit deze samenwerking zijn voortgekomen, zijn tegelijk eindproduct en prototype. Ze kunnen op vergelijkbare wijze worden toegepast in de andere epicenters en zo kan een deel van de kosten worden terugverdiend.
De enorme kosten worden herhaaldelijk aangevoerd als gedeeltelijke rechtvaardiging van de kritiek op de winkel. Hoewel het algemeen bekend is, dat de kracht van OMA niet ligt in de detaillering van hun gebouwen, vinden verscheidene critici, dat je voor een dergelijke prijs betere kwaliteit mag verwachten dan de huidige. Koolhaas’ verdediging berust erop, dat zijn gebouwen maar een beperkte levensduur hebben en niet voor de eeuwigheid gebouwd worden. In het specifieke geval van een winkel voor een modehuis, is dit een redelijk plausibel verweer. Een tweede punt van kritiek is dat de winkel niet functioneert zoals in het concept was voorgesteld. Zitten op de trap wordt door de winkelbeveiliging verboden, de dure glazen cilinderlift is buiten gebruik, de electronische gadgets worden nauwelijks benut en op de bijbehorende website staat al ruim 2 jaar “coming soon”. Koolhaas zou ondanks het vele onderzoek en het ruime budget te weinig aandacht hebben besteed aan de effecten die een grote bezoekersstroom heeft op zowel de detaillering en het materiaal als het gebruik van de ruimte. Van de beloofde culturele kruisbestuiving is vooralsnog geen sprake al is dit deels te verklaren door de huidige financiële malaise van de Guggenheim stichting.
Zoals eerder gezegd, heeft Koolhaas voor het ontwerp van de Pradawinkel samengewerkt met andere designbureaus. Naast de bovengenoemde bureaus, tekende 2×4 voor het grafisch ontwerp in de winkel en ontwierp de Japanse architecte Kazuo Sejima de cosmeticahoek. Door deze samenwerkingen is er ook kritiek ontstaan op het creatieve aandeel van Koolhaas. Hij zou slechts de regie hebben gevoerd en een mooi verhaal hebben gemaakt. De vele electronische snufjes die zo’n groot aandeel vormen van het concept zouden daarnaast al eerder door anderen zijn voorgesteld, maar werden nooit gerealiseerd vanwege de hoge kosten. Koolhaas heeft hier, zo blijkt, geen last van gehad. Deze kritiek is echter nogal kortzichtig en gaat er van uit dat de architect op ambachtelijk creatieve wijze zijn ontwerpen maakt. Koolhaas zal als eerste toegeven, dat de rol van de architect verandert, hij krijgt meer de rol van een regisseur, die het scenario, de acteurs en de rekwisieten kiest en daarmee zijn eigen film maakt. Dat het Koolhaas als geen ander lukt om alle parameters te optimaliseren kan ook als een verdienste worden gezien in plaats van een tekort.
Bij het samenbrengen van ideeën wordt hem vervolgens verweten te veel zijn eigen ideeën te promoten. In de Prada winkel komt dit onder andere naar voren door de eerder genoemde belangenverstrengeling met de Guggenheim stichting.Verder is een deel van de videobeelden en het fotomateriaal, dat in de winkel is gebruikt, afkomstig uit eerder onderzoek, dat Koolhaas deed in de Nigeriaanse hoofdstad Lagos. In diezelfde video’s worden de enkele getoonde modellen softwarematig omgezet in de valutatekens voor yen, euro en dollar. Gedrieën vormen ze het woord ¥€$. Deze ontdekking uit eerder onderzoek, gebruikt Koolhaas veelvuldig om de huidige globale economische situatie (de ¥€$-economie) te visualiseren. Als laatste kan Koolhaas het ontwerp van de winkel gebruiken om de resultaten van zijn onderzoek over shopping aan Harvard te illustreren en kracht bij te zetten. Koolhaas lijkt hiermee als geen ander zijn eigen marktwaarde te kennen en weet die op een goede manier te gebruiken. In dit licht kan ook de uitgave van het boek “Projects for Prada part 1″ worden gezien. Dit is een vuistdik boek zonder inhoudsopgave en paginanummering dat een grote hoeveelheid fullcolor foto’s van maquettes, schema’s en diagrammen bevat, die alle bedoelt zijn om het concept van de ontwerpen voor Prada kracht bij te zetten en de omvang van het project duidelijk te maken. Het boek wordt door critici slecht ontvangen en gezien als bewijs van Koolhaas’ zelfpromotie.
Deze zelfpromotie en het groter worden van Koolhaas bekendheid leiden dan weer tot het verwijt dat hij niet subversief genoeg zou zijn en zich verkoopt aan de commercie. In een interview met het kunsttijdschrift Metropolis M verdedigt Koolhaas zich tegen deze kritiek. Koolhaas doet bewust subversief zijn af als een stijl en een vorm van marketing en hij hekelt de naïviteit van de hedendaagse kritiek, omdat zij zijn interesse in een bepaald gebied of onderwerp (shopping) gelijkstelt aan de vereenzelviging ervan. De mannequins als gevangenen in kooien, het contrast tussen goedkope materialen en dure kledingstukken, de verborgen kassa en de pornografische beelden verwerkt in de videobeelden, kunnen volgens Koolhaas worden gezien als kritische noten op de consumptiecultuur. Dit wordt door anderen vervolgens weer gezien als het misbruiken van de opdrachtgever, en hem of haar tegelijker- tijd het gevoel te geven dat hij/zij uitermate "cool" is.
De bovenstaande bloemlezing illustreert dat de kritiek op Koolhaas niet eenduidig is. Toch lijkt de hoeveelheid kritiek toe te nemen door de groeiende bekendheid van Koolhaas buiten de nogal besloten architectuurwereld. Jaloezie en arrogantie kunnen hierbij een rol spelen, maar beter is het te veronderstellen, dat die groeiende bekendheid ervoor zorgt dat Koolhaas meer dan ooit op zijn vingers wordt gekeken. En net als bij andere beroemdheden, wordt het voor de (vak)journalistiek interessanter als de beroemdheid in de fout dreigt te gaan. Voorlopig krijgt Koolhaas het voordeel van de twijfel, maar dat kan snel omslaan als zijn prototypes te vaak door hemzelf in productie worden genomen.
Links naar de websites van bedrijven die hebben meegewerkt aan Prada NYC (indien mogelijk verwijzen de links direct door naar de pagina over Prada NYC).
Hieronder een korte opsomming van de bronnen die ik gebruikt heb bij het maken van de tekst. De online bronnen zijn indien mogelijk direct te bereiken via de hyperlinks. Voor de boeken is een online prijsvergelijk mogelijk door op het ISBN nummer te klikken.
- Adam Greenfield; Prada property, praxis: Two failed spaces and their burdensome ideologies, V2 »
- Diverse online "discussion threads" op archinect.com»
- Hugh Pearman; The Cult of Koolhaas, Gabion »
- Inga Saffron; A Meeting of Two Great Minds in Architecture; Inquirer Architecture Critic »
- Interview van Anna Tilroe met Miuccia Prada in NRC Handelsblad; 31 mei 2002
- Interview van Hans Ulrich Obrist met Rem Koolhaas; Metropolis M 2002 #02
- Kool Houses, Kold Cities; Sarah Williams Goldhagen »
- Korte artikelen op Archined.nl »
- Olv Klijn; Interieur voor een stad; de Architect; februari 2002
- OMA/ARO - Rem Koolhaas - Projects for Prada part 1; Fondazione Prada Edizioni; © 2001; ISBN 8887029180
- The Harvard Design School Guide to Shopping; hoofdredactie: Chuihua Judy Chung & Sze Tsung Leong; © 2001 Harvard Design School; ISBN 3822860476